Zondag 24 februari 2019, Internationale Japanse meeuwen- en lonchuradag (lees meer)

Afdrukken

Rijstvogel opaal pastel

 Opaal pastel

Kleurslag  Opaal pastel man en pop
 
Kleur
Rug- ,vleugeldek en armpennen. Licht zilvergrijs.
Handpennen. Zilvergrijs.
Stuit en bovenstaartdekveren. Lichtgrijs, iets lichter dan de kop.
Staart. Helder lichtgrijs.
Borst. Licht zilvergrijs.
Buik, flanken en broekbevedering. Licht crème, met iets roze waas.
Aars en onderstaartdekveren. Wit.
Ogen. Bruin.
Ooglidrand. Rood.
Onder- en bovensnavel. Roze-rood / hoornkleurig.
Poten. Vleeskleurig.
Nagels. Hoornkleurig.
 
Tekening:
Bovenkoptekening, teugel, snavelstreep, keelvlek en wangstreep. Egaal helder lichtgrijs, voorzien van lichtblauwe waas.
Wangvlek. Egaal zuiver wit.
Overgang van borst naar buik. De borst loopt door tot op een regelmatig gebogen lijn van vleugelbocht tot vleugelbocht.

KEURTECHNISCHE AANWIJZINGEN:
Deze mutatiecombinatie onderscheidt zich als licht zilvergrijs, met een blauwe waas overgoten ogende kleurslag. De opaalmutatie zorgt voor een aanmerkelijk sterkere reductie van het melanine, welke door de reductie van de pastelfactor nog eens versterkt wordt. Daar waar de mutatiecombinatie pastel mokkabruin een lichtbeige ogende kleurslag is, en de opaal mokkabruin een lichter gekleurde crème ogende kleurslag, die overgoten is met een licht zilveren waas, is de opaal pastel een kleurslag, zonder enige crème dan wel beige waas. De buikkleur wordt beïnvloed door de blauwfactor. Het is daarom van belang dat enig roodbruin phaeomelanine in de buikbevedering aanwezig is. Hierdoor ontstaat de roze waas, welke naast de licht zilvergrijs ogende totaalkleur kenmerkend is voor de opaal pastel kleurslag. Een witte buik dient dan ook als fout gezien te worden. Bij de pop kan de snavel, evenals de oogring, iets lichter van kleur zijn. Tijdens de keuring wordt hier echter geen rekening mee gehouden. De wangstreep zal bij de opaal pastel rijstvogel vaak wat minder breed zijn als bij wildvorm. De voorkeur gaat echter uit naar een scherpe voldoende brede wangstreep.(Kopaftekening oogt wat minder prominent door de pastel en de aanwezige opaalfactor, maar is wel degelijk aanwezig.) Veel voorkomende fouten zijn, bonte veervelden bij de ondersnavel (kin) en bonte vleugelpennen. Ook bontvorming in de kopkleur komt voor. Bontvorming valt door de lichtere kleuren echter nauwelijks op. Bij het model dienen we vooral te letten op de breedte van de borst en de vorm van de kop, deze mag niet te klein zijn t.o.v. het lichaam. Ook het formaat is van groot belang, al zullen er weinig rijstvogels zijn, die niet aan de formaateis voldoen. De aanwezige tekening dient een scherp en regelmatig verloop te hebben.


Bron: Standaardeisen NBvV "Gedomesticeerde Afrikaanse en Aziatische prachtvinken (2012)"
Volledige, actuele standaardeisen zijn verkrijgbaar op de website van de NBvV.