Afdrukken

Zwartborstrietvink, Lonchura teerniki

 Zwartborstrietvink 

Algemeen:
Nederlands: Zwartborstrietvink.
Duits: Schwarzbrustschilffink.
Engels: Grand Valley Mannikin (Black-breasted mannikin).
Frans: Donacole à poitrine noire.

Door verschillende onderzoekers worden er van de Zwartborstrietvink twee ondersoorten beschreven, nl L.t.teerinki en L.t.mariae. De omschrijving in de standaard is de beschrijving van de meest contrastrijke zwartborstrietvinken, welke er momenteel in gevangenschap worden gehouden en beantwoordt aan de beschrijving van de ondersoort L.t.mariae. Deze is wel wat robuuster. De nominaatvorm L.t.teerinki heeft een meer bruine schedel en nek. De kleur van het rugdek is minder warm kastanjebruin. De stuit en het bovenstaartdek zijn matter strogeel. Het is nog niet geheel duidelijk is of het hier gaat om ondersoort of variatiebreedte. De onderstaande standaardomschrijving is die van de meest contrastrijke zwartborstrietvinken. Hier wordt dus de voorkeur aan gegeven.

Model: Door de wat vollere en rondere kop is het model wat afwijkend van de overige rietvinken en nonnen. De Zwartborstrietvink bezit ook een wat langere bevedering (aanpassing aan het leven in bergstreken). Ook lijkt hierdoor de snavel wat kleiner te zijn.

Formaat: 10,5 cm.

De flankstreep dient met de nodige soepelheid te worden beoordeeld. Vaak is het niet meer dan een rij min of meer onregelmatige grove vlekken. De witte buik is vaak min of meer crème. De schedel en nek zijn vaak bruin bewaasd. Aangezien de Zwartborstrietvink nog een echte natuurvogel is dient een bepaalde variatiebreedte in kleur en tekening te worden geaccepteerd De borst is egaal zwart en vormt een aaneengesloten zwart veerveld met de zwarte keel en wangen.  


Volledige, actuele standaardeisen zijn verkrijgbaar op de website van de NBvV.