Afdrukken

Witstuitbronzeman, Lonchura striata striata

 Witstuitbronzeman 

 

Nederlands:Witstuitbronzeman.

Duits:Weissburzel Bronzemannchen.

Engels:White-rumped Mannikin.

Frans: Capucin Domino.


Het verspreidingsgebied van de witstuitbronzeman in vrij breed variërend van zuid-Azië naar het zuiden van China en oostelijk naar Taiwan. Zuidelijk tot in Sumatra. Leeft meestal in groepen zowel in open grasland, stuikgewassen en in bossen. Voedt zich met zaden me maakt van grassen een koepelvormig nest.

Binnen de soort Lonchura striata worden naast de nominaatvorm 6 ondersoorten omschreven waarvan er 3 de Nederlandse naam witstuit bronzeman dragen, te weten:.
De witstuit bronzeman, Lonchura s. striata. Lonchura s. semistriata. Lonchura s. fumigata.

Formaat:

Een witstuitbronzeman moet 11 a 12 cm lang zijn.

Ringmaat:

2,5 mm

 

Tekeningpatroon:

 

  • Masker: De kleurscheiding loopt van de schedel, keel en borst tot een lijn achter de ogen en voor de wangen, om dan af te buigen richting vleugelbochten. Aan de onderkant wordt dit masker strak afgescheiden door een lijn, welke loopt van vleugelbocht tot vleugelbocht. De kleurscheiding van borst en buik is scherp .

  • Schachttekening rug-, vleugeldek en stuit: Door de kleurloze schachten is op het rug-, vleugeldek en stuit een fijne witte lengte bestreping zichtbaar.

Kleurslag:

Wildkleur:

Kleur:

 

Kop, keel en nek:

Zwartbruin, Op het achterhoofd gaat de zwartbruine kleur over in het donkerbruin van de nek, de wangen iets lichter van kleur.

Rug- en vleugeldek:

Bruin.

Vleugelpennen en duimveren:

Zwartbruin.

Stuit:

De rugzijde van de stuit is bruin, de staartzijde van de stuit is crème-wit gevlekt.

Bovenstaartdekveren:

De kleinste bovenstaartdekveren donkerbruin de langste zwartbruin.

Staart:

Zwartbruin.

Borst:

Zwartbruin.

Buik en flanken:

Zo helder mogelijk crème-wit van kleur.

Broek en pootinplant:

Donker roestbruin, de broekbevedering heeft iets lichtere veerkernen.

Onderstaartdekveren:

Donker roestbruin.

Poten:

Donkergrijs.

Nagels:

Zwart.

Snavel:

Bovensnavel zwart, ondersnavel blauwgrijs.

Ogen / Pupil:

Donkerbruin

Tekeningkleur:

 

Schachtstrepen rug-, vleugeldek en stuit:

Wit.

Algemeen:

Het verschil tussen de L.s.striata en deze ondersoorten is:
L.s.semistriata. De schachtstrepen zijn crèmekleurig en daar door minder prominent .De wangen tonen lichtere veerzomen.
L.s.fumigata. lijkt veel op de semistriata maar mist de schachtstrepen.Gezien de nominaatvorm het meest contrastrijk is, gaat hier de voorkeur naar uit.

Fysiek:

Het fysiek van de witstuitbronzeman komt sterk overeen met de spitsstaartbronzeman. De ruglijn is minder recht en meer hol dan bij de spitsstaartbronzeman. Dit laatste mag echter geen selectie criteria zijn. De veel op de witstuit bronzeman gelijkende Java bronzeman is in het algemeen wat voller van model maar ook dit verschil is weer erg beperkt.

Kleur:

De buikkleur dient helder crème wit te zijn. Een donker crème ondergrondkleur is een kleurfout. Tekeningsresten, welke het gevolg zijn van paringen aan andere ondersoorten, zijn fout en dienen als kleurfout te worden aangemerkt.


Tekening:

De borst - buik afscheiding dient regelmatig en scherp te zijn, zonder lovering. Een niet scherpe afscheiding dient te worden aangemerkt als tekeningsfout. Jonge nog niet volledig uitgekleurde vogels bezitten geen schachtstrepen, wat als een tekeningsfout is aan te merken.


Volledige, actuele standaardeisen zijn verkrijgbaar op de website van de NBvV..