Dit jaar organiseert de JMC wederom een eendaagse Nationale Tentoonstelling en wel op 28 september 2019 in het clubgebouw van de "Leerdamse Vogelvrienden" P.M. van Gendtstraat 23, te Leerdam. Lees meer

Let op - de inschrijftermijn is verlengd. Inschrijfformulieren moeten uiterlijk dinsdag 10 september 20.00 uur in het bezit van Oege zijn.

Afdrukken

Indische muskaatvink

 Indische muskaatvink

Algemeen
Nederlands: Indische muskaatvink
Duits: Muskatfink
Engels: Nutmeg Mannikin
Frans: Capucin Damier

In India en Zuid-Nepal treft men de nominaatvorm, Lonchura p.puntulata aan.

Binnen de soort Lonchura punctulata worden naast de nominaatvorm 11 ondersoorten omschreven waarvan er 3 sterk lijken op de nominaatvorm met Nederlandse naam Indische (Indische muskaatvink, Lonchura p. puntulata), te weten:
- Lonchura p. subundulata
- Lonchura p. sumbae
- Lonchura s. blassi
Het verschil tussen de L.p.puntulata en deze ondersoorten is:
L.p.subundulata: wangen iets minder ver doorgekleurd, bovenstaartdekveren olijfgeel, algemene kleur minder warm, schubtekening meer grijsbruin en onderstaartdekveren tonen grijze zomen.
L.p.sumbae: wangen iets minder ver doorgekleurd, bovenstaartdekveren meer olijfgeel, schubtekening minder breed.
L.p.blassi: wangen iets minder ver doorgekleurd bovenstaartdekveren flets dof geel en schubtekening op borst en buik zeer donker zwartbruin. Lijkt veel op de L.p.sumbae

Gezien de nominaatvorm, L.p.punctulata de meest contrastrijke vogels laat zien, gaat hier de voorkeur naar uit.

Erfelijkheid en veerstructuur
Voor veerstructuur van de Indische muskaatvink wordt verwezen naar het algemene hoofdstuk, Veerstructuur van de Lonchura’s.

Fysieke eigenschappen
Voor de fysieke standaard van de Indische muskaatvink wordt verwezen naar het algemene hoofdstuk, Fysieke standaard van de muskaatvinken. In aanvulling hierop geldt het onderstaande:

Formaat
12 cm.

Tekeningpatroon
- Masker en keel: op de bovenschedel smalle minder warm kastanjebruine veerzomen en een warm kastanjebruin veermidden. Van de wangen loopt de kleurafscheiding in een gebogen lijn over de keel waardoor een minimale keelvlek wordt gevormd.
- Kleurscheiding borst en wangen: de overgang van de warm kastanjebruine keelvlek naar de wat minder intensief gekleurde zijkanten van de borst verloopt geleidelijk.
- Rug en vleugeldek: de veerschachten zijn lichter van kleur waardoor een minimale streeptekening ontstaat. De vleugelpennen zijn zeer donkerbruin met een warm roodbruine buitenvlag.
- Bovenstaart en stuit: aan de rugzijden bruin met meer prominente schachtstrepen dan op het rugdek. De stuit aan de staartzijde heeft geelbruine veerzomen welke richting staartdek steeds breder worden.
- Staart: de twee middelste staartpennen zijn gepunt en hebben smalle warm geelbruine zomen. De overige staartpennen hebben een minimaal lichter gekleurde buitenvlag.
- Onderstaartdekveren: een enkelvoudige V-vormige tekening welke zich rond het hart van de veer bevindt, hierdoor is een minimale tekening zichtbaar.
- Kleurscheiding borst en buik: de scherpe kleurafscheiding van de borst naar de buik verloopt middels een gebogen lijn van vleugelaanzet tot vleugelaanzet.
- Schubtekening: Op de witte buik bevindt zich een regelmatige zwartbruine schubtekening welke aan de borstzijde fijn van opbouw is en richting aars en flanken grover wordt. De schubtekening is tussen de poten verdwenen.

Kleurstandaard: Indische muskaatvink man en pop:

Kleurslag  Wildkleur
 
Kleur
Masker Warm kastanjebruin.
Bovenschedel achterkop en nek Warm kastanjebruin. Richting nek worden de kastanjebruine veerzomen breder, waardoor in de nek een egaal bruine kleur ontstaat.
Wangen, hals en borst Warm kastanjebruin, zijkant wang minder intensief.
Buik en flanken Wit tot crèmewit.
Broek en pootinplant Wit tot crèmewit.
Mantel en vleugeldekveren Egaal bruin, de veerschachten zijn lichter van kleur, waardoor een minimale streeptekening ontstaat.
Vleugelpennen en duimveren Donkerbruin met een warm roodbruine buitenvlag. Hierdoor ontstaat een warme roodbruine vleugelkleur.
Stuit Rugzijde bruin.
Staart Donkerbruin.
Bovenstaartdekveren Warm geelbruin.
Onderstaartdekveren Wit tot crèmewit.
Poten Grijs, een lichtere kleur is toegestaan.
Nagels Grijs.
Snavel Boven en ondersnavel éénkleurig zwart.
Ogen/Pupil Donkerbruin een lichtere kleur is toegestaan.
   
Tekeningkleur
Schachtstrepen rug-, vleugeldek Licht crème.
Stuit Rugzijde bruine schachtstrepen, staartzijde geelbruine veerzomen.
Staart 2 middelste staartpennen warm geelbruine zoom, overige staartpennen lichter gekleurde binnenvlag.
Onderstaartdekveren V-vormige tekening welke zich rond het hart van de veer bevindt.
Schubtekening, flank, borst en buik Zwartbruin.
Veerzomen bovenschedel schedel hals en nek Minder warm kastanjebruin.

Keurtechnische aanwijzingen
De warm kastanjebruine kop- en borstkleur dient zo regelmatig en uitgebreid mogelijk te zijn, waardoor een zo egaal mogelijke kop- en borstkleur ontstaat. De strakke kleurafscheiding van de borst naar de geschubde buik dient met enige soepelheid beoordeeld te worden. De schubtekening begint onder de kleurafscheiding van de borst. Deze moet ook aan het begin schubvormig zijn De schubtekening heeft de neiging om hier dicht te lopen met pigment, zodat er een zwarte rand ontstaat. De schubtekening dient zover mogelijk richting aars door te lopen. De kleur van het rugdek is egaal bruin. Deze mag echter niet zo diep van kleur worden dat de veerschachten vollopen met pigment en hierdoor de streeptekening vervaagd. De bovenstaartdekveren dienen zo egaal mogelijk geelbruin te zijn, zonder grijze waas.


Bron: Standaardeisen NBvV "Lonchura's (2012)"
Volledige, actuele standaardeisen zijn verkrijgbaar op de website van de NBvV.