Afdrukken

Geparelde bronzeman, Lonchura. l. leocusticta

 Geparelde bronzeman 

Algemeen:
Nederlands: Geparelde bronzeman.
Duits: Perlen Bronzemannchen.
Engels: White spotted Mannikin.
Frans: Capucin à poitrine écaillée.

De geparelde bronzeman komt uit het zuidelijk deel van Nieuw Guinea. Hier leven ze in het berglandschap op groote hoogten tot 1400 meter.

Binnen de soort Lonchura tristissima wordt, naast de nominaatvorm, 1 ondersoort omschreven, te weten: Lonchura l. leucosticta. Lonchura t. Moresbyi.

Formaat:

Een geparelde bronzeman moet 10 cm lang zijn.

Ringmaat:

2,5 mm.

Tekeningpatroon:

Schachttekening bovenschedel, nek, wangen: Bovenschedel, nek en wangen tonen duidelijke crèmewitte schachtstrepen op de wangen. De schachtstrepen in de nek gaan geleidelijk over in regelmatige driehoekige vlekjes op het vleugeldek.
Stiptekening kleine en grote vleugeldekveren: De kleine en grote vleugeldekveren hebben kleurloze uiteinden, welke als twee regelmatige rijen crèmewitte driehoekige vlekjes zicht- baar zijn.

Borsttekening: De borstveren hebben een crèmewit uiteinde, wat een crèmewitte driehoekige tekening te zien geeft. Deze tekening is op het midden van de borst vaag en wordt zijwaarts contrastrijker.

 

Kleurslag:

Wildkleur:

Kleur:

 

Kop, keel en nek:

Op de keel, de wenkbrauw en rond de snavel worden de uiteinden van de veren crème wit, waardoor deze veervelden nagenoeg egaal crème wit van kleur

Rug- en vleugeldek:

worden.
Bruin, een nuance warmer bruin dan de kop en de nek.

Vleugelpennen en duimveren:

Bruin, iets donkerder dan de mantel.

Stuit:

De stuit is grotendeels donkerbruin. De achterste stuitveren en de eerste bovenstaartdekveren zijn glanzend strogeel van kleur.

Bovenstaartdekveren:

Zwart.

Staart:

Zwart.

Borst:

Vanaf de crème keel gaat de kleur geleidelijk over in het diep roodbruin van de borst en de buik.

Buik en flanken:

Roodbruin.

Onderstaartdekveren:

Donker bruin.

Broek en pootinplant:

Diep bruin.

Poten:

Donkergrijs.

Nagels:

Donkergrijs.

Snavel:

Blauwgrijs.

Ogen/Pupil:

Donkerbruin.

Tekeningskleur:

 

Schachttekening bovenschedel, nek

Crème wit.

en wangen:
Stiptekening kleine – en grote

Crème wit.

vleugeldekveren: Stiptekening borst:

Crème wit.

 

Algemeen:

Het verschil tussen de L.l. leocosticta en de ondersoort is moeilijk aan te geven, omdat er nogal wat individuele variatie binnen de ondersoort voorkomt. In grote lijnen zijn de volgende verschillen aan te geven:
L.l.moresbyi, minder prominente en uitgebreide stiptekening op keel en borst en een iets diepere bruine kleur op het bovenlichaam.
Aangezien de nominaatvorm de meest contrastrijke exemplaren laat zien, gaat hier de voorkeur naar uit.

Kleur:

Het diepe roodbruin van de buik dient egaal van kleur te zijn, een vlekkerige roodbruine buik dient dan ook als kleurfout aangemerkt te worden.

Tekening:

Gezien de uiteinden van de veren op het rug- en vleugeldek crèmekleurig zijn, is bij een complete vogel deze tekening regelmatig en symmetrisch aanwezig. Hier dient dan ook op gelet te worden.
De driehoekige vorm van de stippen mag met enige clementie beoordeeld worden.
Jonge vogels zijn te herkennen aan de wazige stiptekening.

 


 Volledige, actuele standaardeisen zijn verkrijgbaar op de website van de NBvV..