Afdrukken

Grijskopnon, Lonchura caniceps.

Algemeen:

Nederlands: Grijskopnon.
Duits: Graukopfnonne.
Engels: Grey-headed mannikin.
Frans: Nonne à tête grise.

 

Verspreidingsgebeid:

De Grijskopnon komt alleen voor op het Australische gedeelte van Nieuw -Guinea.

Ondersoorten:

In totaal worden 3 ondersoorten erkend. De verschillen lijken aanzienlijk. Mochten er ooit meerdere
ondersoorten worden ingevoerd, dan lijkt een aparte beschrijving van tenminste één ondersoort

gerechtvaardigd.
Beschreven zijn de ondersoorten L.c.kumusii en L.c.scratchleyana. De L.c.scratchleyana is duidelijk lichter, meer kastanjebruin op het rugdek en veel lichter, meer roodbruin, op de buik. Stuit en staartdek zijn meer strogeel. Aars en onder- staartdek zijn zwart. De L.c.kumusii is lichter op het rugdek, en de buik is meer donkerbruin i.p.v. zwart

Fysieke eigenschappen:

Voor de fysieke standaard van de Grijskopnon wordt verwezen naar het algemene hoofdstuk, Fysieke standaard van de Rietvinken en Nonnen. In aanvulling hierop geldt het onderstaande:

Formaat: 10 cm.

 

Kleurslag:

Wildkleur:

Kleur:

 

Kop, keel en nek:

De gehele kop is licht grijs met een bruinige waas. Rondom de snavel en de ogen is deze kleur iets lichter dan in de nek en op de borst. De overgang van iets lichter naar iets donkerder gaat zeer geleidelijk.

Rug en vleugeldek:

Egaal mat zwartbruin. De afscheiding van de grijze nek met de zwartbruine rug is scherp afgetekend.

Vleugelpennen en duimveren:

Donkerbruin met een kastanjebruine buitenvlag.

Stuit , bovenstaartdek:

Op de stuit gaat de rugdekkleur over in het glanzend helder oranje - bruine bovenstaartdek.

Staart:

Middelste staartpennen glanzend helder oranjebruin met donkerbruine veerkernen en iets gepunt de overige staartpennen zwartbruin met smalle oranjebruine zomen aan de buitenvlaggen.

Borst, buik en flanken:

De bovenborst is licht bruingrijs,aansluitend op de lichtgrijze kleur van de keel. Richting buik wordt de borst geleidelijk donkerder, tot deze kleur overgaat in de mat zwartbruine kleur van de buik en flanken.

Onderstaartdek, pootinplant, aars:

Zwart, ruim voor de pootinplant gaat de zwartbruine buikkleur geleidelijk over in zwart.

Poten en nagels:

Donkergrijs, een lichtere kleur is toegestaan.

Snavel:

Zwart met uitzondering van de blauwgrijze basis van de ondersnavel.

Ogen/Pupil:

Zwartbruin, een lichtere kleur is toegestaan.

De "herkenningsbeschrijving" is opgesteld aan de hand van een enkele balg uit het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden, en een paar recente en goede foto's van exemplaren in het wild en beschrijvingen van diverse auteurs. Hierdoor kon een betrouwbare beschrijving worden opgesteld. De Grijskopnon is een van de vier Lonchura- soorten, welke een zwarte snavel bezitten. Voor zover bekend is deze soort nog nooit ingevoerd in Europa. Gezien het exportverbod in Australië is de kans dat deze Lonchura hier ooit zal worden aangetroffen gering.

 


Volledige, actuele standaardeisen zijn verkrijgbaar op de website van de NBvV..