Afdrukken

Parelhalsamadines

Algemeen
Wetenschappelijke naam: Odontospiza caniceps.
Duits: Perlhalsamadine
Engels: Grey-headed silverbill
Frans: Spermete a tête grise
Deens: Perlehalsamadine
Italiaans: Nonnetta a testa grigia

Het verspreidingsgebied van de parelhalsamadine strekt zich uit van Soedan tot Tanzania. Ze leven daar in droge steppen. De parelhalsamadine leeft in het wild voornamelijk 
van graszaden. Er worden grote rommelige peervormige nesten gebouwd, die voorzien zijn van een insluipopening op de uiteinden van de boomtakken.

Vaak wordt ook de verwantschap met het zilver- en loodbek genoemd. Hoewel nauw verwant, blijken als gevolg van het ontbreken van F2 en verdere hybride generaties tussen de zilver- of loodbek en de Parelhalsamadine, dat de drie soorten toch aanmerkelijke sexindex verschillen bezitten. Met deze verschillen in sexindex is ook de plaatsing in twee verschillende genussen als juist te noemen.

Veelvuldig wordt bij de parelhalsamadine gesproken van geslachtsdimorfisme. Dit uiterlijk verschil in geslachtskenmerken is beperkt. In het algemeen is de witte stiptekening bij de man wat prominenter dan bij de pop. De kleur van de borst is bij vogels, afkomstig van dezelfde populatie, bij de man minimaal dieper dan die van de pop. Een waarschuwing is hier op zijn plaats: Doordat de verschillende populaties in kleurdiepte van de borst variëren, kan een vergissing snel gemaakt zijn. Een man afkomstig uit een flets gekleurde populatie, zal een lichtere borst tonen dan een pop uit een diep gekleurde populatie.

Ondersoorten
Binnen het genus Odontospiza komt slechts één vertegenwoordiger voor, de Odontospiza caniceps, de parelhalsamadine. Het verspreidingsgebied in Afrika is dermate groot, dat er in het verleden door diverse ornithologen pogingen zijn gedaan om deze soort onder te verdelen in meerdere ondersoorten. Tegenwoordig wordt het verschil van de verschillende populaties gezien als variatiebreedte binnen de soort. Deze variatiebreedte is het beste waar te nemen in de kleur van de bruine borst, welke dan eens wat dieper en warmer is en vervolgens wat fletser en kouder.

Erfelijkheid en veerstructuur
De vederstructuur van de parelhalsamadine is niet diepgaand onderzocht. Toen echter in 1988 een aantal kleurafwijkende vogels werden geboren, bleek dit diepgaande onderzoek niet direct noodzakelijk. De bevedering van de parelhalsamadine is in te delen in twee groepen veervelden. 
a) De hoofdzakelijk met eumelanine gevulde veervelden.
Het vleugeldek.
De kop.
De teugel.
De staart- en vleugelpennen.
b) De hoofdzakelijk met phaeomelanine gevulde veervelden.
De borst.
De buik.
Het rugdek.
Voor een diepgaande bijschrijving van de verschillende mutaties bij de parelhalsamadine wordt naar de mutatiestandaard prachtvinken verwezen.

Van de parelhalsamadine zijn de volgende mutaties herkend: roodbruin en grijs.
De in 1988 geboren vogels bleken bij nakweek een zeer weinig voorkomende mutatieve afwijking te tonen. In één vogel bleken bij nakweek twee mutaties te zijn samengesmolten. De roodbruinmutatie en de grijsmutatie.De roodgrijze kleurslag, welke de lichtste vogels toonde, was dan ook de combinatie van roodbruin en grijs.


Fysieke standaard

Formaat
De parelhalsamadine is, ondanks zijn geringe formaat, geen iel ogende vogel en dient minimaal het formaat van 12 cm te hebben. Het formaat en model van de vogels mogen niet storend op elkaar inwerken.

Model
De parelhalsamadine moet een forse indruk maken, welke iets krachtig overkomt, d.w.z. dat de parelhalsamadine niet de indruk mag maken slank te zijn. De onderlinge lichaamsverhoudingen dienen harmonisch te werken. Van opzij gezien moet de borstlijn, vanaf de keel tot aan de inzet van de poten, regelmatig gebogen zijn. De rug moet, vanaf de nek tot aan de punt van de staart, een bijna rechte lijn vormen. Een puntige borst of uitgezakt achterlichaam worden als storend ervaren. De kop dient ronde lijnen te tonen, zonder echt duidelijk afgeplat te zijn. De staart is afgerond, waarbij de middelste pennen wat langer zijn.

Houding
De parelhalsamadine dient fier op stok te zitten, waarbij het lichaam los blijft van de stok. Het doorzakken van de poten is fout. De vleugels moeten strak langs het lichaam gedragen worden, waarbij de vleugelpunten sluiten op de stuit.

Conditie
Een goede lichamelijke conditie en een onbeschadigd verenpak is een eerste vereiste.

Poten
De poten moeten recht en stevig zijn, zonder verruwingen of vergroeiingen. De tenen, waarvan drie naar voren en één naar achteren, dienen op een natuurlijke wijze stevig om de stok te klemmen. Elke teen is voorzien van een iets natuurlijk gekromde nagel.

Ringmaat
2,5 mm

Snavel
De snavel moet kegelvormig zijn, zonder beschadigingen. De onder- en bovensnavel dienen natuurlijk te sluiten. De lijn snavel - schedel moet vloeiend zijn.

Bevedering
Het onbeschadigde verenkleed dient strak en aaneengesloten gedragen te worden.

Tekeningspatroon
De tekeningsonderdelen van de wildkleur parelhalsamadine zijn:
Zoomtekening voorhoofd en bovenschedel: Op de grijze kop komt een aantal tekeningsvelden voor. Vanaf de snavelinplant zijn de veren van voorhoofd en bovenschedel voorzien van een smalle zwarte zoom, waardoor een geschubd effect ontstaat. Deze schubtekening wordt boven op de kop minder en is in de nek geheel verdwenen.
• Teugel: De teugel is egaal en duidelijk donkerder grijs.
• Stiptekening kop: Vanaf de ondersnavelbasis zijn de gehele keel en wangen, tot aan de oren, bezet met witte stippen. De veren, welke bezet zijn met witte stippen, zijn donkerder grijs van basiskleur dan de veren van de rest van de kop. Ter hoogte van de oorstreek en op de keel gaat deze stiptekening vrij abrupt over in de egaal grijze kop- en keelkleur.


Bron: Standaardeisen NBvV "Gedomesticeerde Afrikaanse en Aziatische prachtvinken (2012)"
Volledige, actuele standaardeisen zijn verkrijgbaar op de website van de NBvV.