Afdrukken

Bronzemannen

Binnen het genus Lonchura's vormen de bronzemannen een geheel eigen groep bestaande uit 7 soorten met een aantal ondersoorten. De ondersoorten zijn soms zo verschillend van elkaar dat aan enkele van deze ondersoorten een eigen Nederlandse naam is gegeven. In deze gevallen zijn van deze ondersoorten ook standaardomschrijvingen gemaakt.

Op deze plaats is het goed de kwekers van de bronzemannen er op te wijzen dat hoewel er in het begin van de tachtiger jaren sprake is geweest van een min of meer regelmatige invoer, men bij verschillende soorten tegenwoordig is aangewezen op een zeer beperkt aantal in Nederland aanwezige exemplaren. Extra aandacht verdienen hierbij de witbuik- ,de berg- en de treurbronzeman.
In het hoofdstuk bronzemannen worden een negental soorten en ondersoorten in standaardvorm omschreven, te weten:

1.De spitsstaartbronzeman

Lonchura s. swinhoei
Lonchura s. subsquamicollis
Lonchura s. acuticauda
Lonchura s. phaethontoptila

2.De witstuitbronzeman

Lonchura s. striata

Lonchura s. semistriata
Lonchura s. fumigata
Binnen het soort L.striata worden naast de nominaatvorm zes ondersoorten omschreven. Wanneer deze ondersoorten afzonderlijk in ogenschouw worden genomen blijkt dat er een verdeling in twee groepen kan worden gemaakt. De tweede groep welke bekend staat als het spitsstaartbronzeman, bestaat uit de ondersoorten L.s.swinhoei, L.s.subsquamicollis, L.s.acuticauda en L.s.phaethontoptila.
Kenmerk van deze groep is een V-vormige buiktekening en een gezoomde overgang van masker richting buik. De meest opvallende vertegenwoordiger van deze groep is de L.s.swinhoei. De eerste groep waarbij voor de minder gebruikelijke Nederlandse naam witstuitbronzeman is gekozen (overeenkomstig diverse internationale boekwerken en artikelen) bestaat uit de nominaat vorm L.s.striata en de ondersoorten L.s.semistriata en L.s.fumigata. Kenmerk van deze groep is een scherpe afscheiding masker-buik en het missen van de V-vormige buiktekening . De meest opvallende soort van deze groep is de nominaat vorm.

3.De Java bronzeman

Lonchura leucogastroides

Soms wordt in Nederlandse literatuur de naam zwartstuit- of zwartborstbronzeman genoemd Onze keus voor
Javabronzeman sluit aan bij wat internationaal gebruikelijk is.

4.De Molukken bronzeman

Lonchura m. molucca

Lonchura m. propinqua
Lonchura m. vagans
Balg onderzoek in het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden heeft nog eens bewezen dat de nominaatvorm de meest contrastrijke vertegenwoordiger van deze soort is. De nominaatvorm wordt dan ook in standaardvorm opgenomen. De verschillen met de twee ondersoorten worden wel beschreven. De Nederlandse namen gestreepte-bronzeman en golfbuik-astrilde zijn niet juist en zorgen voor verwarring met de striata-groep.

5. De witbuikbronzeman

Lonchura l. leucogastra

Lonchura l. castanonota
Lonchura l. smithiesi
Lonchura l. palawana
Lonchura l. manueli
Lonchura l. everetti
De diverse ondersoorten van het witbuikbronzeman zijn in veel gevallen zeer moeilijk van elkaar te onderscheiden.
Balgen onderzoek in het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie te Leiden heeft geleerd dat de ondersoort L.l.castanonota de meest donkere ondersoort is waarbij de witte kleurloze schachtstrepen voor het grootste contrast zorgen. De voornaamste verschillen tussen de diverse ondersoorten zijn te vinden in de bruintinten van rugdek en masker. Hoewel men er tot voor kort van uit ging dat in Nederland alleen de ondersoort L.l.everetti aanwezig was, heeft vergelijkingsonderzoek van de museum balgen met onze privé collectie geleerd dat reeds meerdere ondersoorten in Nederland aanwezig zijn geweest.

6. De bergbronzeman

Lonchura k. kelaarti

Lonchura k. jerdoni
Lonchura k. vernayi
De verzamelnaam voor de soort L.kelaarti is bergbronzeman. Vertegenwoordigers van de nominaatvorm worden ook wel omschreven als Keliarti-bronzeman terwijl de ondersoort L.k.jerdoni wel als Jerdon bronzeman wordt omschreven.
Gekozen is om de nominaatvorm te omschrijven, omdat deze door de sprekender tekening het meeste contrast toont.

7. De Borneo bronzeman

Lonchura fuscans


8. De treurbronzeman

Lonchura t. tristissima

Lonchura t. hypomelaena
Lonchura t. calaminoros
De treurbronzeman is slechts enkele malen in het begin van de tachtiger jaren in Nederland ingevoerd, de
standaardomschrijving is dan ook volledig gebaseerd op het balgen onderzoek.

9. De geparelde bronzeman

Lonchura t. leucosticta

Bij de ondersoort L.t.leucosticta is gekozen voor een aparte standaard omschrijving onder de naam parelbronzeman. De prominente schacht en stiptekening van deze ondersoort wijkt duidelijk af van de andere vertegenwoordigers van de soort L.tristissima. Dit verschil is voor verschillende ornithologen aanleiding geweest de parelbronzeman als aparte soort te beschrijven onder de soortnaam L.leucosticta.
Binnen de groep bronzemannen komt geen geslachtsdimorfisme voor. Uitzondering hierop zou de parelbronzeman zijn, echter de variatie breedte binnen deze ondersoort maakt dat een gescheiden man en pop omschrijving niet van toepassing is.


FYSIEKE STANDAARD VAN DE BRONZEMANNEN.

Formaat

De bronzemannen zijn ondanks hun geringe formaat geen iel ogende vogels en dienen minimaal het formaat te hebben zoals in de soort afhankelijke standaard is aangegeven. Het formaat en model van de vogels mogen niet storend op elkaar inwerken. Het specifieke formaat wordt bij de standaard van de soort vermeld.

Model

De bronzemannen moeten een forse indruk maken welke iets krachtig overkomt, d.w.z. dat de bronzemannen niet de indruk mogen maken slank te zijn.
Het model van de bronzemannen is wat minder gedrongen dan dat van nonnen, rietvinken en ekstertjes. Door de langere staart wordt dit nog geaccentueerd. Toch dienen de bronzemannen een robuuste indruk te maken en mogen zij beslist niet slank over komen.
Geaccentueerd door de tekening doen het witstuit-, Java-, Molukken- en de geparede bronzeman zelfs iets geblokt aan. De onderlinge lichaamsverhoudingen dienen harmonisch te werken. Van opzij gezien moet de borstlijn vanaf de keel tot aan de inzet van de poten, regelmatig gebogen zijn. De rug moet vanaf de nek tot aan de punt van de staart een bijna rechte lijn vormen. Een puntige borst of uitgezakt achterlichaam worden als storend ervaren. De kop dient rond te zijn zonder afplattingen. De staart is kort en trapsgewijs opgebouwd. De twee buitenste pennen zijn het kortst. Naar binnen toe worden de staartpennen steeds langer. De middelste staartpennen zijn duidelijk het langst en afhankelijk van de soort min of meer lancetvormig.

Houding
De bronzemannen dienen fier op stok te zitten waarbij het lichaam los blijft van de stok. Het doorzakken van de poten is fout. De vleugels moeten strak langs het lichaam gedragen worden, waarbij de vleugelpunten sluiten op de stuit.

Conditie
Een goede lichamelijke conditie en een onbeschadigd verenpak is een eerste vereiste.

Snavel
De snavel moet kegelvormig zijn, zonder beschadigingen. De onder- en bovensnavel dienen natuurlijk te sluiten. De lijn snavel-schedel moet vloeiend zijn.

Poten
De poten moeten recht en stevig zijn, niet ruw en zonder vergroeiingen. De tenen moeten goed om de zitstok klemmen. Aan elke poot bevinden zich vier tenen, waarvan er drie naar voren en een naar achteren is gericht. Elke teen dient voorzien te zijn van een natuurlijk gebogen nagel.

Bevedering
De bevedering van een bronzeman dient kompleet te zijn en wordt gaaf en aaneengesloten gedragen. Een bronzeman met slijtage aan de veren of vuile bevedering komt niet in aanmerking voor een hoge puntenwaardering.

Ringmaat
De specifieke ringmaat wordt bij de standaard van de soort vermeld.


Bron: Standaardeisen NBvV "Lonchura's (2012)"
Volledige, actuele standaardeisen zijn verkrijgbaar op de website van de NBvV.