Zaterdag 30 maart 2019, Algemene Ledenvergadering, locatie "De Vogelvriend" Leerdam

Afdrukken

Bleekvleugel roodbruin

 Bleekvleugel roodbruin

Kleurslag  Bleekvleugel roodbruin
 
Kleur
Kop en masker Voorhoofd, schedel, achterschedel, wangen, bef en bovenborst tot aan de kleurscheiding Egaal roodbruin (iets lichter dan de roodbruine)
Rug en vleugeldek Grote vleugeldekveren en slagpennen Wit met een lichte créme waas
Nek, bovenrug, kleine en middelste vleugeldekveren (de mantel) Wit met een lichte créme waas
Staart Boven- en onderstaartdekveren en de slagpennen Egaal roodbruin (zelfde als de kop)
Onderlijf Ondergrondkleur Nagenoeg wit
Snavel Ondersnavel Beige
Bovensnavel Lichtbeige
Poten en nagels Poten Vleeskleurig
Nagels Hoornkleurig
Ogen   Bruin
   
Tekening
Broek De broektekening is sikkelvormig en loopt vanaf de stuit tot aan de hak en sluit aan op de onderstaartdekveren. Egaal roodbruin
Borst Op de borst loopt van vleugelbocht tot vleugelbocht een scherpe kleurafscheiding.  
Onderlijf Op de ondergrondkleur is een V-vormige tekening aanwezig welke scherp, fijn en regelmatig is. Geen tekening waarneembaar

reductie 20%  \  reductie 80%  \  reductie 20%
Bleekvleugel Reductie

Bleekvleugel roodbruin
De bleekvleugel roodbruin is een kleurslag die ontstaat door de inwerking van twee factoren, namelijk de roodbruinfactor en de pastelfactor. De roodbruinfactor belet de vorming van zwart eumelanine. De pastelfactor zorgt voor een particiele reductie van zowel het overige eumelanine als het phaeomelanine. In het ideale geval ontbreekt het eumelanine in de bevedering volledig.

KEURTECHNISCHE AANWIJZINGEN.
Bij de bleekvleugel roodbruin dient de melaninereductie voornamelijk in het middenstuk plaats te vinden. Ideaal is een nagenoeg ongepigmenteerd middenstuk (mantel, vleugeldek en onderlijf). De kleur van de koppartij (kop en masker) en de staartpartij (staart en broekbevedering) dienen de kleur van de roodbruine Japanse meeuw zoveel mogelijk te benaderen en bovendien dient deze kleur zo egaal mogelijk te zijn. Als ideaal wordt gezien dat de bovensnavel dezelfde kleurdiepte heeft als de kopbevedering. Omdat er geenphaeomelanine in de snavel wordt afgezet is dit ideaal alleen te benaderen. De snavelkleur mag echter niet storen ten opzichte van de kopkleur. Ook een tweekleurige en/of blauwgrijze bovensnavel is een duidelijke kleurfout.

Algemeen
KEURTECHNISCHE AANWIJZINGEN.
De kleurafscheidingen tussen het middenstuk en de koppartij enerzijds en het middenstuk en de staartpartij anderzijds dienen zo scherp en duidelijk mogelijk te zijn, waardoor een zeer contrastrijke Japanse meeuw ontstaat. Een diep gekleurde kop- en staartpartij in combinatie met een nagenoeg ongepigmenteerd middenstuk is echter moeilijk realiseerbaar. Vaak zien we dat de mantel in vergelijking met het vleugeldek nog iets te donker van kleur is en/of de buiktekening nog zwak waarneembaar is. Geadviseerd wordt dit soepel te beoordelen.


Bron: Standaardeisen NBvV "Japanse meeuw (2012)"
Volledige, actuele standaardeisen zijn verkrijgbaar op de website van de NBvV.