Afdrukken

Bleekvleugel mokkagrijs

 Bleekvleugel mokkagrijs

Kleurslag  Bleekvleugel mokkagrijs
 
Kleur
Kop en masker Voorhoofd, schedel, achterschedel, wangen, bef en bovenborst tot aan de kleurscheiding Egaal grijs(iets lichter dan de mokkagrijze)
Rug en vleugeldek Grote vleugeldekveren en slagpennen Wit met een lichtgrijze waas
Nek, bovenrug, kleine en middelste vleugeldekveren (de mantel) Wit met een lichtgrijze waas
Staart Boven- en onderstaartdekveren en de slagpennen Egaal grijs (zelfde als de kop)
Onderlijf Ondergrondkleur Nagenoeg wit
Snavel Ondersnavel Donkergrijs
Bovensnavel Licht blauwgrijs
Poten en nagels Poten Grijs
Nagels Grijs
Ogen   Donkerbruin
   
Tekening
Broek De broektekening is sikkelvormig en loopt vanaf de stuit tot aan de hak en sluit aan op de onderstaartdekveren. Egaal grijs
Borst Op de borst loopt van vleugelbocht tot vleugelbocht een scherpe kleurafscheiding.  
Onderlijf Op de ondergrondkleur is een V-vormige tekening aanwezig welke scherp, fijn en regelmatig is. Minimale tekening waarneembaar

reductie 20%  \  reductie 80%  \  reductie 20%
Bleekvleugel Reductie

Bleekvleugel mokkagrijs
De bleekvleugel mokkagrijs is een kleurslag die ontstaat door de inwerking van drie factoren, namelijk de mokkafactor, de grijsfactor en de pastelfactor. Door de werking van de grijsfactor ontbreekt het roodbruine phaeomelanine volledig. De mokkafactor veroorzaakt een wijziging in de structuur van het eumelanine, waardoor de kleur wat wordt gereduceerd. De pastelfactor zorgt voor een particiele reductie van het gewijzigde eumelanine.

KEURTECHNISCHE AANWIJZINGEN.
Bij de bleekvleugel mokkagrijs dient de melaninereductie voornamelijk in het middenstuk plaats te vinden. Ideaal is een nagenoeg ongepigmenteerd middenstuk (mantel, vleugeldek en onderlijf). De kleur van de koppartij (kop en masker) en de staartpartij (staart en broekbevedering) dienen de kleur van de mokkagrijze Japanse meeuw zoveel mogelijk te benaderen en bovendien dient deze kleur zo egaal mogelijk te zijn. Als ideaal wordt gezien dat de bovensnavel dezelfde kleurdiepte heeft als de kopbevedering. Een diep zwarte bovensnavel werkt derhalve storend op de kleuregaliteit. Het realiseren van de juiste reductiegraad in de bovensnavel is echter moeilijk. Een tweekleurige en/of blauwgrijze bovensnavel is een duidelijke kleurfout.

Algemeen
KEURTECHNISCHE AANWIJZINGEN.
De kleurafscheidingen tussen het middenstuk en de koppartij enerzijds en het middenstuk en de staartpartij anderzijds dienen zo scherp en duidelijk mogelijk te zijn, waardoor een zeer contrastrijke Japanse meeuw ontstaat. Een diep gekleurde kop- en staartpartij in combinatie met een nagenoeg ongepigmenteerd middenstuk is echter moeilijk realiseerbaar. Vaak zien we dat de mantel in vergelijking met het vleugeldek nog iets te donker van kleur is en/of de buiktekening nog zwak waarneembaar is. Geadviseerd wordt dit soepel te beoordelen.


Bron: Standaardeisen NBvV "Japanse meeuw (2012)"
Volledige, actuele standaardeisen zijn verkrijgbaar op de website van de NBvV.